STIWOT Reizen

STIWOT Battlefieldtour "Hell’s Highway"

Op zaterdag 11 april 2015 organiseerde STIWOT haar eerste battlefieldtour van het seizoen. De tour werd aangeboden in samenwerking met Michael en Danny van Hell’s Highway Battlefield Tours. Deze tour stond in het teken van de operatie Market Garden, september 1944. We bezochten het operatiegebied van de 101st US Airborne Division ten noorden van Eindhoven. Vanwege de grote belangstelling voor deze excursie was het maximaal aantal deelnemers in slechts enkele dagen bereikt. Daarom werd besloten om een extra editie van deze tour te organiseren, om zo te beantwoorden aan de grote belangstelling voor dit onderwerp. De datum voor deze tweede editie was zaterdag 25 april 2015. Het programma was identiek aan dat van 14 dagen ervoor.

We verzamelden ons deze dag bij het Museum Bevrijdende Vleugels in Best. Daar werden we ontvangen met een kop koffie en thee. Ondertussen werd alles in gereedheid gebracht voor de lezing. Tijdens deze lezing werd in grote lijnen de opzet van operatie Market Garden uit de doeken gedaan. Vervolgens werd er dieper ingegaan op de samenstelling van de 101st US Airborne Division. De verschillende Parachtute Infantry Regiments (PIR) en het Glider Infantry Regiment werden stuk voor stuk behandelt, waarbij werd verteld wat hun doelen waren tijdens deze operatie en waar zij precies hebben gevochten.



Na deze korte introductie werd het programma per touringcar voortgezet. Onze eerste stop was bij de Paulushoef, niet ver van het museum gelegen. De Paulushoef ligt op het voormalige landingsterrein waar een deel van de Amerikaanse divisie op 17 september af sprong. Danny en Michael vertelden hier over hoe de landingen op die eerste dag van de operatie verliepen en over de gevaren die het met zich meebracht. Ook de aanvliegroutes naar Nederland toe en de gevaren die de grote armada onervonden had om in Nederland te komen werden besproken. Na deze uitleg liepen we naar één van de schuren van de Paulushoef. Hier heeft de bewoner, de heer Van Overvelt die als 5-jarig kind de landingen zelf heeft meegemaakt, een bescheiden maar zeer interessante expositie ingericht over de luchtlandingen. De objecten zijn veelal zelf gevonden voorwerpen waar de weilanden achter de hoeve mee bezaait hebben gelegen. Een opmerkelijk verhaal dat de heer Van Overvelt vertelde was dat de parachutisten ná de landing nogal dorstig op zoek waren naar water. In een mum van tijd, zo vertelde hij, hadden ze de waterput compleet leeggedronken.

De volgende locatie waar we naar toe reden stond in het teken van de zware man-tegen-man gevechten, waarbij bataljonscommandant Robert. G. Cole het leven liet. Het waren de gevechten die in het teken stonden van de verovering van de brug bij Best. Het gebied, toen ook al dicht bebost, geeft een goede indruk van het gevechtsterrein zoals dat er in 1944 bij heeft gelegen. Tijdens deze stop werd ons duidelijk dat de terreingesteldheid hier grote invloed heeft gehad op de gevechten. Verbindingen waren niet altijd goed waardoor de coördinatie tussen de vele kleine gevechtsgroepen moeilijk verliep. Dit leidde ertoe dat de groep van Cole enigszins afgesneden raakte van de hoofdmacht en hierdoor zware verliezen opliep.

De volgende stop bracht ons naar de plek waar Joe Mann op 19 september sneuvelde. De gevechten die hier werden gevoerd stonden in het teken van de gevechten om de verovering van de nabijgelegen brug over het Wilhelminakanaal. Slechts een beperkt aantal manschappen van de 101st US Airborne Division, wisten hier ten overstaan van een grote Duitse overmacht de brug uiteindelijk te veroveren. Bij de verschillende gevechten die over-en-weer zijn gevoerd werd de groep waarin Joe Mann zat aangevallen door de Duitsers. Op een gegeven moment werd er een handgranaat gegooid naar de positie van Mann en zijn groep. Mann bedacht zich geen moment en dook met zijn lichaam op de handgranaat en redde daarmee het leven van zijn kameraden. Zelf raakte hij zwaargewond en overleed later aan zijn verwondingen. Voor deze opoffering ontving hij de Medal of Honor, de hoogste militaire dapperheidsonderscheiding in het Amerikaanse leger.



Aansluitend was er een verzorgde lunch op een historische locatie. Café-restaurant De Zwaan in Son was namelijk de plek waar in september 1944 Duitse krijgsgevangenen rantsoenen kregen uitgedeeld. Ons 'rantsoen' smaakte heerlijk en na de lunch hervatten we onze reis per touringcar.

Aan de andere kant van het dorp, nadat we de brug over het Wilhelminakanaal, overstaken maakten we weer een stop. De brug die hier in 1944 lag is bekend van de film ‘A bridge too far’. Tegenwoordig ligt er een andere brug. Hier kwamen we te spreken over de Duitse tegenaanval die door de Pantserbrigade 107 werd ingezet. De gepantserde eenheden van deze groep konden ternauwernood worden gestopt. Daardoor was een aanval op de Hell’s Highway, verijdelt door optreden van de parachutisten. De aanwezige transportvoertuigen waren anders geen partij geweest voor de Duitse tanks die op dit moment langs het kanaal oprukten.

Aangekomen in Veghel, een knooppunt van wegen lang de geallieerde opmarsroute, bezochten we villa Klondike. In september 1944 was hier het hoofdkwartier gevestigd van het 501st Parachute Infantry Regiment, onderdeel van de 101st US Airborne Division. We kregen hier onder meer een interessante inkijk in de aanduidingen die werden gebruikt binnen het regiment, om de verschillende onderdelen aan te duiden. De verschillende verbanden binnen het regiment hadden namelijk ieder een eigen aanduiding. De overeenkomst zat hem echter in het feit dat alle aanduidingen met de letter ‘K’ begonnen, waarmee duidelijk was dat het een verband betrof binnen het 501st PIR. De vraag wat een kangoeroe op het plaatselijke, aan de 101st US Airborne Division geweide monument voorstelt, was met deze kennis van zaken dan ook beantwoord; ‘Kangaroo’ was de aanroepnaam van de 101st US Airborne Division. ‘Klondike’, was de aanroepnaam van het 501st Parachute Infantry Regiment, vandaar de naam van het hoofdkwartier, villa Klondike.



Na deze interessante wetenswaardigheid gingen we naar de Eerdse molen in Eerde. Deze was het toneel van zware gevechten met als inzet ‘de poort naar Veghel’. Alle toegangswegen vanuit het westen, daar waar de Duitsers zich ophielden, richting het verkeersknooppunt in Veghel leidden door Eerde. Hiermee is gelijk het strategische belang van dit dorp aangegeven. De manschappen van de 101st US Airborne Division hadden als doel de Duitsers hier tegen te houden. Verschillende aanvallen op de geallieerde stellingen zorgden ervoor dat het dorp meerdere keren van eigenaar wisselde. De molen, als één van de hogere gebouwen in het dorp, werd aanzienlijke schade toegebracht tijdens deze gevechten. Uiteindelijk wisten de Amerikanen, gesteund door enkele Britse Sherman-tanks de overhand te krijgen en de Duitsers te verjagen. Hierbij werden met de bajonet op het geweer de Duitsers de duinen, gelegen aan de rand van het dorp, uitgejaagd waarna zij vervolgens ten prooi vielen aan de opgestelde machinegeweren. De Duitse manschappen waren onderdeel van het Fallschirmjäger Regiment onder Von der Heydte. Ironisch genoeg hadden deze de 101st US Airborne Division al eerder bevochten tijdens de landingen in Normandië. De zware en nietsontziende gevechten in Frankrijk lagen waarschijnlijk ten grondslag aan de nietsontziende slachtpartij die hier door de Amerikaanse machinegeweerschutters werd aangericht.



De laatste stop van de dag werd gemaakt bij de Koevering. Hier werd ons verteld over de grote moeilijkheden, zo niet onmogelijkheden, van het vrijhouden van de Hell’s Highway. Het front dat met het offensief werd gestart was in de eerste dagen na 17 september in veel gevallen niet veel breder dan de breedte van de weg waarover de Geallieerde naar het noorden optrokken. De Duitsers ondernamen verschillende aanvallen met als doel de opmarsroute voor kortere of langere tijd te blokkeren. Eén van deze aanvallen vond plaats bij de Koevering, even ten noordoosten van Sint-Oedenrode. Hier wisten de Duitsers meerdere malen Hell’s Highway af te sluiten, waardoor de hele operatie aanzienlijke vertraging opliep. Deze vertraging bracht weer een kettingreactie op gang als het gaat om de aanvoer van troepen, munitie en voorraden naar de doelen verder noordelijk zoals in Nijmegen en Arnhem. De onontkoombare en tegelijkertijd onmogelijk te beantwoorden vraag waar Market Garden nu precies mislukt was kwam hier weer naar boven. Ook wij konden er geen eensluidend antwoord op vinden, waarschijnlijk omdat het een combinatie is van vele factoren, maar één ervan is wellicht toch het oponthoud als gevolg van het blokkeren van de opmarsroute op deze plek.

Aansluitend reden we terug naar het Museum Bevrijdende Vleugels waar we weer door de touringcarchauffeur werden afgezet. Vol van de indrukken praatten sommigen nog wat na. Wat overblijft waren de herinneringen aan een interessante dag waarin een dikwijls wat onderbelicht aspect van Market Garden de aandacht heeft gekregen die het verdient.